ECLI:NL:CRVB:2007:BA1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na onderzoek bezwaararbeidsdeskundige
Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en dat het besluit tot intrekking van zijn WAO-uitkering niet op recent medisch onderzoek was gebaseerd. Tevens betwistte hij het ontbreken van een onderzoek door een bezwaararbeidsdeskundige.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een bezwaararbeidsdeskundig onderzoek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat uit het latere onderzoek bleek dat appellant voldoende functies kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor volledige ongeschiktheid, zoals opname in een instelling of verlies van zelfredzaamheid. De Raad bevestigt dat het bezwaararbeidsdeskundig onderzoek inmiddels heeft plaatsgevonden en dat de functies passend zijn binnen de belastbaarheid van appellant.
De Raad wijst de grieven van appellant af en bevestigt het bestreden vonnis dat de intrekking van de WAO-uitkering per 8 oktober 2003 gehandhaafd blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.