ECLI:NL:CRVB:2007:BA1534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat de functies productiemedewerker, samensteller metaalwaren en gereedschapsmaker niet passend zijn vanwege fysieke beperkingen en onvoldoende kennis van de Nederlandse taal.
De Raad overwoog dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een incidentele reikwijdte van 70 cm toestaat, terwijl de functie slechts 15 keer per uur reiken vereist, wat als incidenteel wordt beschouwd. Ook werd vastgesteld dat bij de functie samensteller metaalwaren torderen niet gelijktijdig met buigen hoeft te plaatsvinden, hetgeen appellante niet heeft betwist.
Ten aanzien van de vakopleiding gereedschapsmaker concludeerde de Raad dat appellante, gelet op haar taalniveau en eerdere universitaire studie, wel in staat is deze opleiding te volgen. De Raad oordeelde dat appellante op de peildatum niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een WAO-uitkering, waardoor het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WAO-uitkering per 16 oktober 2003 wordt bevestigd.