ECLI:NL:CRVB:2007:BA1538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over WAO-uitkering en toepassing juiste regelgeving
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard en dat het UWV het verkeerde wettelijke kader had toegepast bij de herziening van haar WAO-uitkering. Zij voerde aan dat zij onder het oude recht viel omdat zij vóór 1987 in vaste dienst was en dat het Schattingsbesluit niet van toepassing mocht zijn.
De Raad overwoog dat het oude recht alleen geldt voor personen die op 31 december 1986 recht hadden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op 1 augustus 1993 45 jaar of ouder waren. Appellante voldeed aan geen van deze voorwaarden. Ook het middencriterium was niet op haar van toepassing. Daarom had het UWV het juiste wettelijke kader, inclusief het Schattingsbesluit, toegepast.
Verder wees de Raad het bezwaar af dat de rechtbank onvoldoende inzicht had gegeven in haar overwegingen. De Raad vond dat de rechtbank op uitgebreide wijze had gemotiveerd waarom de gronden van appellante niet tot vernietiging van het besluit konden leiden.
Het hoger beroep had geen doel en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond.