ECLI:NL:CRVB:2007:BA1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25-35% ondanks geschil over medische beoordeling
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV ten onrechte geen rekening had gehouden met medische informatie van zijn huisarts en chirurg. De Raad oordeelde dat deze informatie onvoldoende onderbouwd was en niet eerder in bezwaar was ingebracht.
De rechtbank had vastgesteld dat de medische beperkingen van appellant voldoende waren vastgesteld door verzekeringsartsen en dat de geselecteerde functies passend waren binnen deze beperkingen. De Raad volgde dit oordeel en vond geen aanleiding om de medische besluitvorming onzorgvuldig te achten.
Appellant voerde ook aan dat de bezwaarverzekeringsarts niet onafhankelijk was, maar de Raad verwierp dit standpunt op basis van eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen. Het verzoek om uitstel van behandeling werd afgewezen wegens gebrek aan uitzonderlijke omstandigheden.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV om appellant een WAO-uitkering toe te kennen met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering van 25-35% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.