ECLI:NL:CRVB:2007:BA1558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 11 november 1993 waarbij zijn WAO-uitkering werd ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit verzoek af, omdat uit medisch onderzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren kwamen die aanleiding gaven het besluit te herzien.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna de Centrale Raad van Beroep de uitspraak bevestigde. De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd was om het verzoek af te wijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro en dat het besluit niet onredelijk was genomen.
De Raad overwoog dat de rapporten van psychiater Oostveen en neuroloog Van Zandvoort geen wezenlijk nieuwe feiten bevatten ten opzichte van het oorspronkelijke rapport van verzekeringsarts Drogendijk uit 1993. Een andere diagnose of uitgebreidere motivatie vormde geen nieuw feit of veranderde omstandigheid.
Appellants argumenten dat er sprake was van zwaardere psychische beperkingen werden door de Raad niet gevolgd. Ook het feit dat het oorspronkelijke besluit mogelijk onjuist was, speelde geen doorslaggevende rol. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het intrekkingsbesluit van de WAO-uitkering uit 1993.