ECLI:NL:CRVB:2007:BA1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overneming onbetaald gebleven loon op grond van de Werkloosheidswet
Appellante was sinds 1 januari 2003 in dienst bij een werkgever en ging op 14 mei 2003 met onbetaald verlof om elders werkzaamheden te verrichten. Zij ontving geen salaris over februari en maart 2003. De werkgever werd failliet verklaard in augustus 2003 en de curator zegde het personeel op, waarbij de opzegging aan appellante pas op 18 september 2003 bekend werd.
Appellante verzocht het UWV om overname van het achterstallige loon op grond van de Werkloosheidswet (WW). Dit verzoek werd afgewezen omdat de fictieve opzegdag op 27 augustus 2003 was gesteld en de periode waarover loon werd gevorderd vóór de eerste dag van de dertien weken periode lag, waardoor geen recht op overname bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de fictieve opzegdag eerder moest worden vastgesteld en dat het UWV op grond van Europese insolventierichtlijnen het loon moest overnemen, maar deze grieven werden verworpen. De Raad oordeelde dat de rechter niet mag afwijken van de wettelijke regeling en dat de aangevallen uitspraak gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het onbetaald gebleven loon over te nemen.