ECLI:NL:CRVB:2007:BA1855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende inlichtingen
Appellante en haar echtgenoot dienden op 12 februari 2004 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag bij besluit van 21 april 2004 af vanwege onvoldoende verstrekte gegevens. Het bezwaar tegen dit besluit werd eveneens ongegrond verklaard bij besluit van 4 november 2004.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd vastgesteld dat appellante niet voldeed aan de inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, WWB, in samenhang met artikel 11, eerste lid, WWB. Dit hield in dat het College het recht op bijstand niet kon vaststellen omdat essentiële financiële gegevens ontbraken, met name over de beëindiging van het bedrijf van haar echtgenoot en de omvang en aard van leningen ter waarde van €15.000.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van verifieerbare bewijsstukken en het niet kunnen overleggen van financiële gegevens, ondanks de verklaring van appellante dat de boekhouder deze niet wilde verstrekken, voor haar rekening en risico kwamen. De niet onderbouwde stelling dat een deel van het bedrag schulden betrof, werd verworpen. Daarom werd de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende naleving van de inlichtingenverplichting.