ECLI:NL:CRVB:2007:BA1867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt verlaging bijstand wegens onverantwoord interen op vermogen
Appellant, na faillissement in 2000, vroeg bijstand aan die werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de informatieplicht over zijn financiële situatie. Het College legde een verlaging van 50% van de bijstand op vanwege onverantwoord interen op een vermogen van 1,5 miljoen gulden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant onvoldoende gegevens heeft verstrekt over kasstortingen in 2001, waardoor het recht op bijstand over die periode niet kan worden vastgesteld. Wel acht de Raad de opgelegde maatregel van 50% verlaging over vijf jaar buiten proportie, mede gelet op het tijdsverloop sinds 1993 en het faillissement.
De Raad vernietigt daarom het besluit voor zover het de verlaging en de vorm van de bijstand betreft en stelt een verlaging van 20% over een deel van de periode vast, afgestemd op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt de verlaging van de bijstand van 50% en stelt een maatregel van 20% verlaging over de relevante periode vast.