ECLI:NL:CRVB:2007:BA1948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding tandheelkundige behandeling op grond van ZFW
Appellante verzocht VGZ om vergoeding van een tandheelkundige behandeling bestaande uit kronen en implantaten, vanwege postoperatieve complicaties en langdurige IC-behandeling die haar belemmerden een tandarts te bezoeken. VGZ wees dit verzoek af op grond van de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering, artikel 8, omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor bijzondere tandheelkundige hulp.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door VGZ ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat door haar medische situatie en slechte wondgenezing een eerdere tandartsbehandeling niet mogelijk was, waardoor een kies verloren ging die anders als pijler had kunnen dienen. Hierdoor was plaatsing van een brugprothese niet meer mogelijk en waren implantaten noodzakelijk.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8, tweede en derde lid, van de Regeling. De beschikbare medische gegevens boden onvoldoende onderbouwing voor het beoogde causale verband tussen haar medische toestand en het niet eerder kunnen consulteren van een tandarts. De bevindingen van de adviserend tandarts en de medisch specialisten ondersteunden dit oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit van VGZ en de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van de tandheelkundige behandeling.