ECLI:NL:CRVB:2007:BA2004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het niet toekennen van partnertoeslag en de ingangsdatum van één-oudertoeslag in studiefinanciering
Appellant vroeg op 11 mei 2004 om toekenning van een partnertoeslag voor de periode van 14 februari 2000 tot 24 februari 2004 en een één-oudertoeslag vanaf 24 februari 2004. De IB-Groep kende de één-oudertoeslag toe vanaf 1 mei 2004 en wees de partnertoeslag af, omdat de aanvraag pas in mei 2004 was ingediend. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat hij niet eerder op de toeslagen was gewezen en dat de ingangsdatum onjuist was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) bepaalt dat toeslagen niet met terugwerkende kracht worden toegekend vóór de maand van aanvraag. De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om de hardheidsclausule toe te passen. De omstandigheid dat appellant bij de initiële aanvraag gehuwd was zonder kinderen, geeft geen recht op partnertoeslag.
Appellant voerde ook aan dat hij onjuist was geïnformeerd door medewerkers van de IB-Groep over het recht op toeslagen. De Raad acht dit onvoldoende aannemelijk en stelt dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het tijdig informeren over zijn rechten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van de IB-Groep om de partnertoeslag niet toe te kennen en de één-oudertoeslag pas vanaf 1 mei 2004 toe te kennen.