ECLI:NL:CRVB:2007:BA2006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante meldde zich op 11 december 2000 ziek vanwege hoofdpijnklachten. Na psychiatrische expertise stelde een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkhedenlijst op. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante ondanks haar beperkingen in staat is haar eigen werk als kwekerijmedewerkster en passende arbeid te verrichten, met een loonverlies van minder dan 15%.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde daarom op 16 augustus 2002 een WAO-uitkering toe te kennen en handhaafde dit besluit op 30 januari 2003 ondanks bezwaar van appellante. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep volgden het Uwv in de beoordeling dat appellante geschikt is voor haar eigen werk.
De Raad oordeelde dat de omschrijving van het werk, hoewel summier, voldoende was en dat alle medische beperkingen adequaat waren meegewogen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het uitgangspunt leiden dat geschiktheid voor eigen werk geen arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO betekent. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.