ECLI:NL:CRVB:2007:BA2008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als taxi-chauffeur, viel uit wegens een polsblessure en ontwikkelde vermoeidheidsklachten. Na de wachttijd van 52 weken weigerde het UWV een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Zowel de rechtbank als de Raad bevestigden deze beslissing.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen concludeerde dat appellante beperkt belastbaar is voor zwaardere lichamelijke arbeid en werkzaamheden die concentratie vereisen. Diverse medische rapporten, waaronder van een neuroloog, longarts en orthopedisch chirurg, gaven geen aanleiding tot twijfel aan deze beoordeling. Nieuwe medische informatie over artrose was niet relevant voor de beoordelingsdatum.
De Raad oordeelde dat appellante de functies die aan haar zijn toegerekend, met inachtneming van haar belastbaarheid, kan verrichten. Het UWV had voldoende gemotiveerd dat deze functies haar belastbaarheid niet te boven gaan en dat er geen verlies aan verdiencapaciteit is. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.