ECLI:NL:CRVB:2007:BA2266
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op WUV-uitkering wegens Duitse Entschädigungsrente
Appellante kreeg op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) een periodieke uitkering toegekend als weduwe van een vervolgde. Bij de voorlopige berekening werd rekening gehouden met een buitenlands overheidspensioen. Later bleek dat appellante ook een Duitse Entschädigungsrente ontvangt, een periodieke uitkering in het kader van Wiedergutmachung.
Verweerster stelde dat deze Duitse rente als overige inkomsten in mindering gebracht moet worden op de WUV-uitkering, omdat het een inkomstenvervangende of aanvullende uitkering betreft. Appellante betwistte dit en stelde dat de rente een moreel-financiële tegemoetkoming is en dus niet in mindering mag worden gebracht.
De Raad oordeelde dat de Duitse rente moet worden gezien als een voorziening in het levensonderhoud en niet als een schadeloosstelling of subsidie. De periodieke aard en regelmatige verhoging van de rente bevestigen dit. Ook al spelen morele overwegingen een rol bij de toekenning, verandert dit niets aan het karakter als inkomstenvervangende uitkering. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de WUV-uitkering wegens de Duitse Entschädigungsrente wordt ongegrond verklaard.