ECLI:NL:CRVB:2007:BA2289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk na liesbreukoperatie
Appellante, werkzaam als architecte, staakte haar werkzaamheden vanwege complicaties na een liesbreukoperatie. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor haar eigen werk en minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waardoor een WAO-uitkering werd geweigerd.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat zij een zenuwbeschadiging had opgelopen en haar werk niet kon verrichten. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren en dat appellante geschikt was voor haar eigen werk. De Raad wees ook een verzoek tot inschakeling van een deskundige af wegens gebrek aan nieuwe medische gegevens.
De Raad benadrukte dat de beschrijving van het eigen werk door de arbeidsdeskundige juist was en dat de stelling van appellante onvoldoende onderbouwd was. Er waren geen aanwijzingen voor zenuwletsel volgens een neuroloog. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.