ECLI:NL:CRVB:2007:BA2292
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ontbreken hoor en wederhoor en onvoldoende motivering in AOR-besluit
Appellante, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, diende een aanvraag in bij de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) voor voorzieningen op grond van haar oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode. De Commissie wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar, waarbij zij oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en appellante daarom niet hoefde te worden gehoord.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was, mede gelet op de ingediende getuigenverklaringen en de uitgebreide toelichting van appellante. Hierdoor had appellante wel degelijk recht op een hoorzitting. Daarnaast ontbreekt in het bestreden besluit een deugdelijke motivering van de inhoudelijke beoordeling van de door appellante aangevoerde calamiteiten, wat in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Pas tijdens de zitting gaf de Commissie een nadere motivering, maar deze kwam te laat om het motiveringsgebrek te herstellen. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit, bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak en veroordeelt de Commissie tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar bevolen.