ECLI:NL:CRVB:2007:BA2344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Onevenredigheid cumulatie verlaging en geldlening bijstand wegens tekortschietend besef verantwoordelijkheid
Appellante, na echtscheiding van haar echtgenoot die betrokken was bij drugshandel, verzocht om bijstand. Het College wees aanvragen af wegens onvoldoende inzicht in inkomsten uit de handel van haar ex-echtgenoot. Uiteindelijk kende het College bijstand toe met een verlaging van 50% over vijf jaar en verstrekking in de vorm van een geldlening wegens onverantwoorde intering op vermogen.
De Raad oordeelde dat het College het recht van appellante op bijstand ten onrechte niet kon vaststellen en dat zij voldoende gegevens had overgelegd. Het College had bevoegdheid om een maatregel op te leggen en bijstand als geldlening te verstrekken, maar de cumulatie van verlaging en geldlening was disproportioneel.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de verlaging en geldlening betrof en bepaalde dat de bijstand over de periode van vijf jaar met 20% wordt verlaagd zonder geldlening. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De bijstand wordt over vijf jaar met 20% verlaagd zonder verstrekking in de vorm van een geldlening.