ECLI:NL:CRVB:2007:BA2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit ziekenfondsverzekering
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin het beroep tegen het besluit van Stichting Ziekenfonds VGZ werd afgewezen. VGZ had de inschrijving van appellant als ziekenfondsverzekerde per 2 juli 2001 beëindigd wegens het ontbreken van een rechtsgrond.
Appellant vorderde vergoeding van schade die voortvloeit uit het vermeende onrechtmatige besluit, waaronder immateriële schade en kosten van rechtsbijstand. De Raad liet in het midden of het besluit onrechtmatig was, maar oordeelde dat er geen sprake was van voor vergoeding in aanmerking komende schade volgens artikel 6:106 BW Pro.
De Raad stelde vast dat appellant niet in zijn eer of goede naam was aangetast en dat de ervaren spanning onvoldoende is voor immateriële schadevergoeding. Daarnaast werden kosten van rechtsbijstand afgewezen wegens het ontbreken van bewijs van daadwerkelijk gemaakte kosten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten of griffierecht in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van schadevergoeding en kosten rechtsbijstand bevestigd.