ECLI:NL:CRVB:2007:BA2406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- A.T. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Appellante is wegens nek-, schouder- en armklachten arbeidsongeschikt verklaard en heeft een WAO-uitkering aangevraagd. Het UWV wees aanvankelijk een uitkering af vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, maar na bezwaar werd een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze vaststelling ongegrond, omdat de medische stukken geen aanleiding gaven om het oordeel van het UWV te betwijfelen. In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar zeldzame afwijking aan het zenuwstelsel.
De Raad concludeerde dat het UWV de belastbaarheid juist had beoordeeld, mede op basis van rapportages van de cardioloog en verzekeringsartsen. De twijfel over het tillen van zware lasten leidde niet tot een andere beoordeling van de functies die appellante kon verrichten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 15 tot 25%.