ECLI:NL:CRVB:2007:BA2407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering na eerste jaarsherbeoordeling en nieuw besluit op bezwaar
Appellant, die sinds januari 2001 arbeidsongeschikt is vanwege vermoeidheidsklachten en neiging tot flauwvallen, ontving vanaf 21 januari 2002 een WAO-uitkering vastgesteld op 35-45% arbeidsongeschiktheid. Het UWV verklaarde het bezwaar tegen deze vaststelling ongegrond, wat door de rechtbank werd bevestigd. Na een eerste jaarsherbeoordeling bleef de uitkering per 20 januari 2003 ongewijzigd vastgesteld, ook dit besluit werd door de rechtbank bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen waren onderschat en dat hij niet in staat was een volledige werkdag te werken. De Raad overwoog dat het nieuwe besluit op bezwaar van 3 mei 2005, waarbij de uitkering werd vastgesteld op 55-65% arbeidsongeschiktheid, in de plaats trad van het eerdere besluit en appellant hierdoor geen belang meer had bij beoordeling van het oude besluit. De Raad verklaarde het hoger beroep tegen het oude besluit niet-ontvankelijk.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige cardioloog, die geen medische indicatie vond voor beperking van de werktijd. Hierdoor werd het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard en het besluit van 8 maart 2004 bevestigd. Ten slotte werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en beroep tegen nieuw besluit ongegrond verklaard; UWV bevestigd in besluiten en veroordeeld tot proceskostenvergoeding.