ECLI:NL:CRVB:2007:BA2408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontbreken medische onderbouwing
Appellante meldde zich ziek met psychische klachten terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV stelde op basis van medische beoordelingen van verzekeringsartsen vast dat zij niet arbeidsongeschikt was en weigerde ziekengeld. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, mede omdat appellante niet meewerkte aan een door de rechtbank benoemde onafhankelijke psychiatrische deskundige.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege haar fysieke, psychische en financiële situatie niet in staat was het spreekuur van de deskundige te bezoeken, maar bezocht wel de spreekuren van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts. De Raad overwoog dat de rechtbank terecht oordeelde dat er geen medische gronden waren om het niet verschijnen te rechtvaardigen en dat het ontbreken van nieuwe medische gegevens het standpunt van appellante onvoldoende onderbouwde.
De Raad concludeerde dat appellante geen recht had op ziekengeld vanaf 29 oktober 2003 omdat zij niet ongeschikt was voor arbeid. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarbij de Raad geen aanleiding zag om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens onvoldoende medische onderbouwing en het niet meewerken aan het deskundigenonderzoek.