ECLI:NL:CRVB:2007:BA2722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na zorgvuldige toetsing medische beperkingen
Appellante, een administratief medewerkster die zich in februari 2001 ziek meldde met spanningsklachten en later longklachten kreeg, ontving een WAO-uitkering met verschillende herzieningen van de mate van arbeidsongeschiktheid. Na een bezwaarprocedure stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 45 tot 55% per 27 juli 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onvolledig en onzorgvuldig was en dat zij meer beperkingen ondervond dan aangenomen, met name dat zij niet 20 uur per week zou kunnen werken. Tevens stelde zij dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf had gehanteerd door slechts de zorgvuldigheid te beoordelen en niet de juistheid van de medische beperkingen.
De Raad beperkte zich op grond van artikel 8:69 Awb Pro tot de medische aspecten en concludeerde dat het medisch oordeel, gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen en specialisten, juist was vastgesteld. De Raad vond geen aanleiding het oordeel te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.