ECLI:NL:CRVB:2007:BA2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onjuiste herziening
Appellante ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering die in 2002 werd beëindigd vanwege werkaanvaarding. Uit onderzoek bleek zij inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden te hebben die niet waren opgegeven, waardoor zij teveel bijstand ontving. Het College stelde een terugvordering vast, die bij bezwaar werd verminderd maar grotendeels in stand bleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de brief van 2003 een gecombineerd herzienings- en terugvorderingsbesluit was.
De Raad oordeelt echter dat deze brief slechts een administratieve mededeling is en geen herzieningsbesluit in de zin van de wet. Het besluit op bezwaar bevatte ook geen herzieningsbesluit, terwijl dit wettelijk vereist is bij terugvordering wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht. De Raad vernietigt daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad verplicht het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij de bevoegdheid tot herziening en terugvordering beperkt moet blijven tot de maanden waarin het inkomen van appellante lager was dan de bijstandsnorm. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het College over terugvordering bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.