ECLI:NL:CRVB:2007:BA2782
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Raad voor de Rechtspraak bij hoger beroep in WWB-zaken
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een afwijzing van bijzondere bijstand. De rechtbank verwees naar een eerdere onherroepelijke uitspraak over vergelijkbare kosten.
De Centrale Raad van Beroep had zich eerder onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep tegen deze uitspraak, omdat volgens artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb tegen dergelijke uitspraken geen hoger beroep mogelijk is. De Raad overwoog echter dat in evidente gevallen van schending van fundamentele rechtsbeginselen het appèlverbod kan worden doorbroken.
De Raad concludeert dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden gezegd dat hij kennelijk onbevoegd is. Daarom verklaart hij het verzet gegrond en stelt hij dat nader onderzoek moet plaatsvinden naar de rechtvaardiging van het doorbreken van het appèlverbod, mede in het licht van artikel 6 EVRM Pro. De eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; de eerdere onbevoegdheidsverklaring vervalt.