ECLI:NL:CRVB:2007:BA2785
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in WWB-besluit
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens misbruik van procesrecht bij een aanvraag bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand.
De Raad had bij een eerdere uitspraak van 10 oktober 2006 geoordeeld dat zij kennelijk onbevoegd was om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak van 5 juli 2006, omdat deze uitspraak was gedaan op grond van artikel 8:55, vijfde lid, Awb, waartegen geen hoger beroep openstaat.
De Raad overweegt echter dat slechts in evidente gevallen van schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen het appèlverbod doorbroken kan worden. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden vastgesteld dat de Raad kennelijk onbevoegd is. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard en het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad benadrukt dat dit niet betekent dat zij bevoegd is, maar dat de bevoegdheid nader moet worden onderzocht, mede in het licht van artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek naar de bevoegdheid van de Raad wordt voortgezet.