ECLI:NL:CRVB:2007:BA2789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1996 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. Het College van burgemeester en wethouders van Brunssum trok de bijstand met ingang van 1 januari 2003 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking aanvankelijk gegrond, maar stelde dat het College de intrekking op grond van artikel 54, derde lid, WWB had moeten baseren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet meer kon worden vastgesteld. Het College had op grond van artikel 54, derde lid, WWB de bevoegdheid de bijstand in te trekken. De vaste gedragslijn van het College om bij geconstateerde fraude steeds tot intrekking over te gaan, werd als niet onredelijk beoordeeld.
De Raad zag geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze gedragslijn rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.