ECLI:NL:CRVB:2007:BA2815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig verkoopster stoffering, viel uit wegens klachten na een auto-ongeluk en ontving vanaf oktober 2001 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Bij een eerstejaars herbeoordeling in maart 2003 stelde de verzekeringsarts beperkingen vast, waarna arbeidsdeskundige functies selecteerde die appellante zou kunnen verrichten zonder noemenswaardig loonverlies. Het UWV trok daarop de WAO-uitkering in per november 2003.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid voor de geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact. Appellante voerde in hoger beroep medische grieven aan, met name over een MRI-scan die volgens haar scheurtjes in de nekwervels aantoonde als gevolg van het ongeval.
De Raad stelde dat niet de klachten maar objectiveerbare medische beperkingen doorslaggevend zijn. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de MRI-scan geen beperkingen aantoonde en dat de nekbeweeglijkheid niet beperkt was. De Raad vond geen aanleiding om het verzekeringsgeneeskundig onderzoek of de vastgestelde beperkingen in twijfel te trekken. Ook het bezwaar dat de arbeidsdeskundige niet overlegde met de verzekeringsarts faalde. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.