ECLI:NL:CRVB:2007:BA2866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding hoortoestel voor arbeidsgehandicapte rondvaartschipper in werksituatie
Betrokkene, werkzaam als rondvaartschipper, heeft een gehoorverlies dat alleen met hoortoestellen geschikt voor zijn werk kan worden gecompenseerd. Hij vroeg vergoeding van de meerkosten van een specifiek hoortoestel via de Wet Rea, nadat de Ziekenfondswet een deel vergoedde. Het UWV wees de aanvullende vergoeding af omdat het hoortoestel ook privé gebruikt kan worden en meende niet bevoegd te zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het hoortoestel vrijwel uitsluitend voor de werksituatie is bedoeld, waardoor vergoeding via de Wet Rea mogelijk is. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de Ziekenfondswet niet voorziet in vergoeding van hoortoestellen die specifiek aan de eisen van de werksituatie voldoen.
De Raad benadrukt dat het beleid van het UWV onterecht voorbijgaat aan het feit dat een hoortoestel dat ook privé gebruikt kan worden toch vrijwel uitsluitend voor werkdoeleinden geïndiceerd kan zijn. Het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het UWV moet een aanvullende vergoeding voor het hoortoestel toekennen omdat het vrijwel uitsluitend voor de werksituatie van de arbeidsgehandicapte is bedoeld.