ECLI:NL:CRVB:2007:BA2878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep wegens ontbreken geldige reden niet verschijnen spreekuur verzekeringsarts
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV hem als werkgever slecht behandelde en dat er onjuiste gronden waren voor een ontslagprocedure, waardoor hij wantrouwig was jegens het UWV. Hij betoogde dat het onderzoek niet objectief zou zijn en overhandigde een brief van een psychiater ter ondersteuning van zijn standpunt.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde argumenten geen nieuwe gezichtspunten bevatten en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat er geen geldige reden was voor appellant om niet te verschijnen bij het spreekuur van de verzekeringsarts. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende waarborgen biedt voor een objectieve claimbeoordeling en privacybescherming, mede door organisatorische scheiding tussen UWV als werkgever en als uitvoerder van de WAO.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 20 december 2004 werd bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om een medisch onderzoek op eigen initiatief te gelasten en vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Arnhem bevestigd.