ECLI:NL:CRVB:2007:BA2879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor arbeid bij minder dan 15% WAO
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval met migraine en nekklachten. Medisch onderzoek wees op cervicobrachialgie met beperkte belastbaarheid. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat zij niet geschikt was voor haar eigen werk, maar wel voor andere functies, met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij door haar medische klachten niet geschikt was voor arbeid, ondersteund door een neuropsychologisch rapport. De bezwaarverzekeringsarts vond echter dat de geheugenproblemen niet betrouwbaar waren vastgesteld en dat de beperkingen niet waren onderschat.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank dat het UWV de belastbaarheid van appellante juist had beoordeeld. De feitelijk verrichte werkzaamheden van appellante (ongeveer 15 uur per week) waren maatgevend voor de beoordeling. Drie passende functies bleven over, waarvoor zij geschikt werd geacht. De Raad oordeelde dat het UWV de arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 15% had vastgesteld en bevestigde het besluit.
Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is en het UWV haar mogelijkheden om te werken niet heeft onderschat.