ECLI:NL:CRVB:2004:AR4719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid na gebruik CBBS wegens onvoldoende motivering
Appellante is sinds 1992 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. In 2002 werd haar arbeidsongeschiktheid herzien naar 55-65% met gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Het CBBS verving het eerdere Functie Informatie Systeem (FIS) en werkt met een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die de belastbaarheid van een verzekerde beoordeelt aan de hand van normaalwaarden gebaseerd op de gezonde beroepsbevolking. De arbeidsdeskundige selecteert op basis hiervan passende functies. Het systeem kent echter onvolkomenheden, zoals het ontbreken van transparantie en toetsbaarheid, vooral door niet-matchende beoordelingspunten en het ontbreken van duidelijke nummering en markeringen in de dossiers.
De Raad oordeelt dat het CBBS als ondersteunend systeem in beginsel aanvaardbaar is, maar stelt dat vanwege de genoemde tekortkomingen hogere eisen aan de motivering van schattingsbesluiten moeten worden gesteld. In deze zaak is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd, waardoor het wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.
De Raad beveelt het UWV aan het systeem aan te passen voor betere transparantie en motivering, met een redelijke termijn tot 1 juli 2005. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.