ECLI:NL:CRVB:2007:BA2953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
Appellante is arbeidsongeschikt geworden door klachten na een val op het hoofd en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na bezwaar en herbeoordeling werd dit percentage verlaagd naar 45 tot 55%, waarna de rechtbank dit herzag naar 55 tot 65% wegens ongeschiktheid voor een van de functies.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellante voldoet aan de ervaringseisen voor de functie van bedrijfseconoom en dat ook de functies van beleidsambtenaar en marketingonderzoeker passend zijn. De medische beoordeling en Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) worden als juist beschouwd, ondanks bezwaren van appellante.
De Raad concludeert dat er geen aanleiding is het arbeidsongeschiktheidspercentage verder te verhogen en dat de bezwaararbeidsdeskundige zorgvuldig heeft gehandeld bij de functiekeuze. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65% en verklaart het hoger beroep ongegrond.