ECLI:NL:CRVB:2007:BA2962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens loondoorbetalingsverplichting werkgever
Appellante vroeg een WW-uitkering aan per 1 september 2004, maar het UWV weigerde deze omdat zij volgens het UWV niet werkloos was, omdat haar arbeidsovereenkomst nog bestond en zij recht op loon kon doen gelden. De rechtbank bevestigde dit standpunt en wees het beroep af. Appellante stelde in hoger beroep dat de werkgever de loondoorbetalingsverplichting had voldaan en vanaf 1 juni 2004 geen loon meer betaalde, waardoor zij wel recht had op WW.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie, waardoor het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en vernietiging verdiende. De Raad stelde vast dat appellante sinds december 2002 niet werkte wegens ziekte en dat de werkgever vanaf juni 2004 geen loon meer betaalde. Volgens het BW bestaat recht op loon alleen als de werknemer de arbeid niet kon verrichten door een oorzaak die voor rekening van de werkgever komt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen over de WW-uitkering.