ECLI:NL:CRVB:2007:BA2966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens onzorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als vestigingsmanager, viel uit wegens schouderklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV kende haar een uitkering toe vanaf 16 december 2003, maar beëindigde deze per 1 september 2004 op grond van een medische beoordeling dat zij geschikt was voor haar eigen werk.
Appellante stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, onder meer omdat de bezwaarverzekeringsarts geen actueel onderzoek had verricht en geen rekening had gehouden met een brief van haar reumatologe en haar psychische klachten. Ook was de arbeidskundige beoordeling onvoldoende zorgvuldig, omdat niet goed was onderzocht welke werkzaamheden zij verrichtte en welke belasting die met zich meebrachten.
De Raad oordeelde dat het UWV niet had aangetoond dat de gezondheidstoestand van appellante per 1 september 2004 was onderzocht en dat de bezwaarverzekeringsarts belangrijke informatie had genegeerd. Ook de arbeidskundige beoordeling voldeed niet aan de vereiste zorgvuldigheid. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering per 1 september 2004 wordt vernietigd wegens onzorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.