ECLI:NL:CRVB:2007:BA2968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens niet tijdige aanvraag na faillissement werkgever
Appellant was van 27 februari 1996 tot en met 25 april 1997 in dienst bij een werkgever die op 4 november 2003 failliet werd verklaard. Appellant diende op 22 juli 2005 een aanvraag in voor overneming van de loonbetalingsverplichting op grond van hoofdstuk IV van de WW over de jaren 1996 en 1997.
Het UWV wees de aanvraag af omdat deze niet binnen 26 weken na het faillissement was ingediend, zoals vereist door artikel 23 van Pro de WW. Appellant voerde aan dat het UWV contact had moeten opnemen met de curator vanwege de complexiteit van het faillissement, maar dit werd door de rechtbank en de Raad verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de termijn rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat het aan appellant was om dergelijke omstandigheden aan te voeren en dat het feit dat de moedermaatschappij niet failliet was verklaard geen invloed had op het oordeel.
De Raad wees ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter en C.P.J. Goorden en B.I. Klaassens als leden op 28 maart 2007.
Uitkomst: De aanvraag voor WW-uitkering wordt afgewezen wegens niet tijdige indiening binnen 26 weken na faillissement werkgever.