ECLI:NL:CRVB:2007:BA2981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag na ontslag
Appellant was als afroep-chauffeur werkzaam bij een werkgever en werd op staande voet ontslagen wegens onregelmatigheden in de financiële afhandeling en het laten wachten van een zieke klant. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbaar werkloos worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij ondanks eerdere waarschuwingen zijn gedrag onvoldoende had aangepast en dat het ontslag voorzienbaar was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij steeds op waarschuwingen had gereageerd en dat zijn gedrag niet verwijtbaar was.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en bevestigt de weigering van de WW-uitkering. De Raad oordeelt dat appellant zich bewust had moeten zijn van de gevolgen van zijn gedrag en dat hij niet op zorgvuldige wijze met zijn verantwoordelijkheden was omgegaan. Er is geen reden om de verwijtbaarheid te verminderen of af te zien van de maatregel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de volledige weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden.