ECLI:NL:CRVB:2007:BA2982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vermindering WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieverplichting bevestigd in hoger beroep
Betrokkene ontving vanaf september 2003 een WW-uitkering en was van maart 2004 tot januari 2005 ziek. Na herstel werd de WW-uitkering herleefd. Appellant legde een korting van 20% op de uitkering op wegens het niet nakomen van de sollicitatieverplichting in de periode januari tot maart 2005. Later volgde een tweede korting van 30% wegens een nieuwe overtreding in juli 2005.
De rechtbank had de beroepen van betrokkene gegrond verklaard en de opgelegde maatregelen deels vernietigd, stellende dat betrokkene wel aan zijn sollicitatieverplichting had voldaan en dat er geen sprake was van recidive. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat betrokkene onvoldoende sollicitaties heeft verricht in de relevante perioden en dat de telefonische afspraak op 8 maart 2005 geen vrijstelling van sancties inhield. De door betrokkene opgevoerde vierde sollicitatie kon niet worden geverifieerd. Ook de persoonlijke omstandigheden in juli 2005 rechtvaardigen geen matiging van de maatregel.
Daarom worden de eerdere uitspraken vernietigd en worden de beroepen ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene worden ongegrond verklaard en de kortingen op de WW-uitkering bevestigd.