ECLI:NL:CRVB:2007:BA3080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim na niet verschijnen op re-integratiegesprekken
Appellant was sinds december 1995 werkzaam als conducteur bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam en meldde zich op 10 juli 2001 ziek. Na diverse oproepen voor re-integratiegesprekken in januari en februari 2003, waarop appellant niet verscheen, werd hem op 5 maart 2003 disciplinair ontslag verleend wegens plichtsverzuim. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank ongegrond verklaard in het beroep van appellant.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat gedragingen van appellant vóór 2 mei 2002 niet aan het ontslag ten grondslag mogen worden gelegd vanwege onvoldoende bewijs. Het niet tijdig invullen van WAO-formulieren en het niet verschijnen voor een WAO-keuring werden eveneens niet als plichtsverzuim aangemerkt. De Raad oordeelde dat het niet verschijnen op het re-integratiegesprek van 30 januari 2003 zwaar weegt, mede omdat appellant door het UWV als in staat tot algemeen geaccepteerd werk werd beschouwd.
Gezien het feit dat appellant ook het daaropvolgende gesprek op 4 maart 2003 miste, ondanks duidelijke afspraken en waarschuwingen, achtte de Raad het ontslag niet onevenredig. De Raad bevestigde daarmee het ontslagbesluit en wees een verzoek om vergoeding van proceskosten af. Appellant was niet verschenen bij de zitting van 15 februari 2007.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter Talman en leden Zeilemaker en Kraan op 22 maart 2007.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.