ECLI:NL:CRVB:2007:BA3085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verhoogd éloignement en huurkorting defensieambtenaar
Appellant, een sergeant-majoor van de Koninklijke Marine, was van maart 2001 tot juli 2004 geplaatst op Curaçao. Na het verbreken van zijn relatie in december 2001 vroeg hij op 7 april 2003 om een verhoogd éloignement en vermindering van zijn eigen bijdrage in de woninghuur. Dit verzoek werd op 3 juni 2003 afgewezen en de afwijzing werd op 10 maart 2004 gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de regeling onredelijk was omdat hij als alleenstaande walplaatser een lager éloignement kreeg dan toen hij samenwoonde, terwijl zijn kosten gelijk bleven. Hij voerde ook aan dat hij geen keuze had voor een andere woning, omdat Defensie geen woningen voor alleenstaanden op Curaçao heeft.
De Raad overwoog dat het besluit terughoudend moet worden getoetst omdat het een duuraanspraak betreft en dat voor de periode na het verzoek een minder terughoudende toets geldt. De Raad vond het onderscheid tussen samenwonende en alleenstaande militairen objectief en redelijk gerechtvaardigd. De bijzondere situatie van appellant rechtvaardigde geen afwijking van het besluit. Ook was er geen sprake van nieuwe feiten die herziening vereisten. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.