ECLI:NL:CRVB:2007:BA3162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing uitsluitingsbepaling WAO bij arbeidsongeschiktheid binnen half jaar na indiensttreding
De werkneemster trad op 1 juni 2001 in dienst bij appellante en viel op 22 juni 2001 wegens ziekte uit. Het UWV kende haar op 29 oktober 2002 een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Appellante maakte bezwaar tegen deze toekenning en stelde dat het UWV de arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing had moeten laten op grond van artikel 30, eerste lid, onder b, van de WAO, omdat de arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar na aanvang van de verzekering was ingetreden en de gezondheidstoestand dit had moeten doen verwachten.
Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Breda bevestigde dit oordeel. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat alleen toepassing kan worden gegeven aan deze uitsluitingsbepaling indien uit de gezondheidstoestand bij aanvang van de verzekering met grote mate van zekerheid kan worden afgeleid dat arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar zal intreden. In dit geval ontbraken objectieve gegevens waaruit dit bleek. De werkneemster was vooraf medisch gekeurd en als arbeidsgeschikt verklaard met enkele fysieke beperkingen die haar werk niet belemmerden. Psychische klachten openbaarden zich pas later en de ziekmelding was aanvankelijk wegens een verkoudheid.
De Raad concludeerde dat de uitsluitingsbepaling niet van toepassing was en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Spaas en leden Schoor en Rottier op 17 april 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot toekenning van de WAO-uitkering wordt bevestigd.