ECLI:NL:CRVB:2007:BA3164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen bijstandsvoortzetting met trajectplanverplichting
Appellant, een bijstandsontvanger, tekende op 2 september 2004 een trajectplan met het oog op begeleiding naar betaalde arbeid. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde bij besluit van die datum de voortzetting van de bijstand afhankelijk van het naleven van dit trajectplan. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 14 oktober 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat appellant geen concreet belang meer had bij de beoordeling van het besluit.
Tijdens de procedure besloot het College op 3 juni 2005 dat appellant zijn eigen reïntegratieplan mocht schrijven, een besluit waartegen appellant geen bezwaar maakte. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant geen belang meer heeft bij het beroep op het oorspronkelijke besluit van 2 september 2004, aangezien de situatie inmiddels is gewijzigd en geen maatregelen zijn opgelegd in de eerdere beoordelingsperiode.
Appellants stelling dat hij in de vervolgperiode onheus en vooringenomen is bejegend door het College wordt door de Raad niet als voldoende grond voor het beroep gezien. De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concreet belang.