ECLI:NL:CRVB:2007:BA3170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid College tot buiten behandeling laten van bijstandsaanvraag wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 19 januari 2005 een aanvraag om bijstand in bij het CWI, die werd overgedragen aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Stede Broec. Het College liet de aanvraag op 1 maart 2005 buiten behandeling omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens had aangeleverd. Appellant maakte bezwaar, dat door het College en vervolgens door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om de aanvraag buiten behandeling te laten. De gevraagde gegevens waren noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag en appellant had voldoende gelegenheid gehad deze aan te leveren. Er is geen sprake van onredelijkheid of onrechtmatigheid in het handelen van het College.
Appellant heeft het verzuim verwijtbaar niet hersteld en heeft geen verzoek tot termijnverlenging ingediend. Het verweer dat het CWI verantwoordelijk was voor een volledige aanvraag wordt verworpen, omdat de aanvraag gericht was tot het College. De Raad ziet geen aanleiding om het College te veroordelen in proceskosten en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het College was bevoegd om de bijstandsaanvraag buiten behandeling te laten wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.