ECLI:NL:CRVB:2007:BA3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling en intrekking WAO-uitkering na whiplashklachten
Appellante, werkzaam als caissière, kreeg na twee auto-ongevallen en whiplashklachten een WAO-uitkering toegekend. Na een vijfdejaars herbeoordeling in 2003 stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15%, waarna de uitkering werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek en de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid zorgvuldig waren uitgevoerd. In hoger beroep betoogde appellante dat het medische onderzoek te kort was en onvoldoende rekening hield met het blijvend karakter van whiplashklachten, die niet altijd zichtbaar zijn op röntgenfoto's.
De Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was, mede gelet op de medische rapporten en de toelichting van een bezwaarverzekeringsarts. Wel stelde de Raad vast dat het UWV pas in hoger beroep voldoende inzicht gaf in de geschiktheid van de voorgelegde functies via het Claim Beoordelings- en Borgingsysteem (CBBS).
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.