ECLI:NL:CRVB:2007:BA3272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid zelfstandige
Appellante, een zelfstandige die zich ziek meldde met psychische klachten, kreeg aanvankelijk een WAZ-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met een urenbeperking. Na een herbeoordeling door het UWV in 2004 werd de urenbeperking geschrapt en werd geconcludeerd dat er geen verlies aan verdienvermogen was, waarna de uitkering werd ingetrokken.
Appellante betwistte de medische grondslag van deze herbeoordeling, met name het vervallen van de urenbeperking, en stelde dat haar behandelaar onvoldoende was betrokken bij de beoordeling. Zij overlegde meerdere medische rapporten, waaronder van psychiaters en psychologen, die een langzaam herstel en resterende beperkingen beschreven.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling, inclusief het oordeel over het schrappen van de urenbeperking, voldoende was gemotiveerd en ondersteund werd door de medische informatie. De resterende functies waarop de arbeidskundig deskundige de schatting baseerde, waren medisch geschikt geacht. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verwierp het beroep van appellante.
De rechtbank had eerder het bezwaar gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de Raad kwam tot een andere conclusie na beoordeling van de aanvullende stukken en motiveringen. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten aan een partij toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.