ECLI:NL:CRVB:2007:BA3273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buiten behandeling laten bijstandsaanvraag en terugvordering voorschotten
Appellant vroeg op 23 december 2004 een bijstandsuitkering aan na zijn echtscheiding. Het College verstrekte voorschotten, maar stelde vast dat appellant niet woonde op het opgegeven adres. Na melding dat appellant een kamer kon huren, werd hem gevraagd huurcontract en betalingsbewijs te overleggen. Appellant leverde deze niet tijdig aan, waarna het College de aanvraag buiten behandeling liet en de voorschotten terugvorderde.
Appellant voerde aan dat hij de gevraagde stukken niet kon overleggen vanwege oplichting door de verhuurder, maar onderbouwde dit niet met verifieerbare gegevens en meldde dit niet tijdig aan het College. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor beoordeling.
De rechtbank had het beroep tegen het Collegebesluit ongegrond verklaard en de Centrale Raad bevestigt deze uitspraak. Ook de terugvordering van de voorschotten is terecht, omdat appellant over de periode geen recht op bijstand had. Het hoger beroep wordt afgewezen en de proceskostenveroordeling achterwege gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gelaten en de voorschotten terecht heeft teruggevorderd.