ECLI:NL:CRVB:2007:BA3445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen op buitenlandse bankrekening
Appellante kreeg bijstand tot 1 september 2004, maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok deze bijstand in vanaf 30 augustus 2002 vanwege het verzwegen bezit van een buitenlandse bankrekening met een waarde van ongeveer €39.889, wat de vermogensgrens overschreed.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ongegrond en verklaarde een ander bezwaar niet-ontvankelijk. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College onterecht het bezwaar tegen het opschortingsbesluit van 10 september 2004 niet-ontvankelijk verklaarde en herroept dit besluit wegens strijd met de Awb.
De Raad bevestigt dat appellante niet heeft voldaan aan haar inlichtingenverplichting en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid van bezwaar, herroept het opschortingsbesluit, maar bevestigt de intrekking van de bijstand wegens verzwegen vermogen.