ECLI:NL:CRVB:2007:BA3487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomsten en bezit OV-jaarkaart in 2001
De IB-Groep stelde bij besluit van 18 januari 2005 een vordering vast tegen appellant wegens teveel eigen bijverdiensten in 2001, bestaande uit een bedrag van €3.077,36 aan meerinkomen en €460,08 voor het bezit van een OV-studentenkaart van januari tot en met augustus 2001. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 28 april 2005 werd afgewezen. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp zijn berekening van het toetsingsinkomen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het inkomen grotendeels na beëindiging van de studiefinanciering was verdiend en eenvoudig kon worden toegerekend aan de betreffende periode, waardoor toepassing van de hardheidsclausule op zijn plaats was. Tevens stelde appellant dat het toetsingsinkomen moest worden berekend op basis van de belastbare winst vermeerderd met ondernemersaftrek en verminderd met inkomsten uit eigen woning, wat zou leiden tot een lager toetsingsinkomen zonder meerinkomen.
De Raad verwierp deze stellingen en sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De Raad benadrukte het belang van een eenvoudig uitvoerbare regeling en wees erop dat de waarde van voorbereidende werkzaamheden niet eenvoudig te bepalen is, noch de toerekening aan specifieke perioden. De IB-Groep mocht daarom in redelijkheid afzien van toepassing van de hardheidsclausule. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering van de IB-Groep wordt bevestigd.