ECLI:NL:CRVB:2007:BA3488
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoeker had bijstand ontvangen die het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage op 1 maart 2006 beëindigde wegens schending van de inlichtingenverplichting. Verzoeker stelde bezwaar en beroep in, maar deze werden ongegrond verklaard. Vervolgens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat de mogelijkheid tot het treffen van een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen zonder spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat hij en zijn gezin sinds het intrekken van de bijstand geen inkomsten meer hadden, terwijl de vaste lasten doorliepen. Echter, uit de stukken bleek dat verzoeker sinds 7 november 2006 weer algemene bijstand ontving en er geen sprake was van een acute financiële noodsituatie.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werden geen proceskosten of griffierechten toegewezen. De uitspraak werd gedaan op 12 april 2007 door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.