ECLI:NL:CRVB:2007:BA3524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Werkgever als belanghebbende bij bezwaar tegen WAO-uitkering werknemer
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over een WAO-uitkering aan een werknemer. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen de toekenning van de WAO-uitkering aan zijn werknemer, stellende dat de werknemer zijn werkzaamheden had hervat en onterecht overuren claimde.
De rechtbank had geoordeeld dat de werkgever weliswaar als belanghebbende moest worden aangemerkt, maar dat hij geen processueel belang had omdat hij vrijstelling voor PEMBA had gekregen en het verlagen van de uitkering geen feitelijke betekenis voor hem had. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de werkgever als categorale belanghebbende moet worden gezien en dat het procesbelang aanwezig is wanneer het bezwaar het gewenste resultaat kan bereiken.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nadere behandeling. De beslissing benadrukt het belang van het procesbelang en bevestigt dat de werkgever met zijn bezwaar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van de werknemer heeft weten te bereiken. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 april 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor nadere behandeling.