ECLI:NL:CRVB:2007:BA3583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na beëindigingsovereenkomst
Betrokkene was in dienst als leerling dakdekker bij een werkgever en had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die later zonder schriftelijke overeenkomst werd voortgezet. Op 31 augustus 2005 sloten betrokkene en de werkgever een beëindigingsovereenkomst, waarna betrokkene een WW-uitkering aanvroeg. De uitkering werd geweigerd omdat betrokkene verwijtbaar werkloos zou zijn, omdat hij niet de nietigheid van het ontslag had ingeroepen.
De rechtbank oordeelde dat het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de werkgever uitging en dat betrokkene niet verwijtbaar werkloos was geworden. De Raad van Beroep stelt echter vast dat betrokkene actief heeft meegewerkt aan de beëindiging door de beëindigingsovereenkomst te ondertekenen, waardoor hij het werkloosheidsrisico heeft aanvaard.
De Raad benadrukt dat appellant niet heeft beoordeeld of het niet-nakomen van de WW-verplichtingen betrokkene in overwegende mate kan worden verweten, wat strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank, maar met de verplichting aan appellant om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na het aangaan van een beëindigingsovereenkomst.