ECLI:NL:CRVB:2007:BA3590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsurenverlies bij opeenvolgende werkgevers in WW-uitkering
Betrokkene was werkzaam bij meerdere werkgevers en stelde zich beschikbaar voor werk bij een eerdere werkgever terwijl zij ook bij een nieuwe werkgever werkte. De WW-uitkering werd geweigerd omdat de uren bij de nieuwe werkgever de uren bij de vorige zouden vervangen, waardoor geen sprake zou zijn van arbeidsurenverlies.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de uren bij de nieuwe werkgever niet zonder meer het arbeidsurenverlies compenseren, mede gezien de aard van werkzaamheden, werktijden en beschikbaarheid voor de vorige werkgever. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad benadrukte dat bij de beoordeling van arbeidsurenverlies het geheel van omstandigheden moet worden meegewogen, zoals de aard van de werkzaamheden en de beschikbaarheid voor de vorige werkgever. Hierdoor werd vastgesteld dat betrokkene per 1 april 2005 wel degelijk arbeidsurenverlies had en recht had op WW-uitkering.
Daarnaast werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 16 van Pro de Werkloosheidswet bij situaties met opeenvolgende werkgevers en arbeidsurenverlies.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op WW-uitkering wegens arbeidsurenverlies per 1 april 2005.